Ooit lag er op de hoek gevormd door de Brouwerijstraat en de Dentergemstraat een moerassige poel. Die werd de Broelput genoemd en gaf ook zijn naam aan een bescheiden leen van acht bunders groot dat toebehoorde aan de Sint-Amandsproosdij in Kortrijk.

Broelput was zeker een terechte naam, want ‘broel’ (ook ‘bruul’, ‘briel’) duidt op een moerassig stuk land. Maar later, vanaf 1722, werd die, door vervorming, opeens de Brauwput genoemd. En in 1820 werd het de Brouwerijput. Toen in 1846 de straatnamen werden vastgelegd, kreeg de aangrenzende straat dan maar de naam Brouwerijstraat. Best een misleidende straatnaam, want van een brouwerij was daar in de buurt nooit sprake.

Waar wél gebrouwen werd, al sinds de 17de eeuw, was in de herberg Ter Hoyen — later De Roode Vierschaere — waren de Oostrozebekestraat en de Tieltstraat elkaar kruisen (*). Zo, werd, na het overlijden van herbergier-brouwer Francies De Ruddere, de oude, vermaerde en wel gekallante Herberge en Brouwerye openbaar te koop gesteld, inclusief den Brouwketel, Kuype en al den Halm daertoe dienende. Nog tot halverwege de jaren 1880 werd er daar naarstig gebrouwen. Daarbij vraag je je natuurlijk af hoe het bierbrouwsel, getrokken uit Mandelwater, wel gesmaakt zou hebben. Misschien willen we het niet weten …
Mandelbode, november 2025